Formules formuleren doelen

De “SMART-formule” is de meest gangbare manier voor het formuleren van doelen maar er zijn ook andere hulpformules voor het formuleren van doelen

De “SMART-formule” is de meest gangbare manier voor het formuleren van doelen en wordt veel gebruikt in het onderwijs en het welzijnswerk.

Afhankelijk van het soort doel kan je ook een andere formule gebruiken voor het formuleren van het doel.

Onderstaand een overzicht van andere hulpformules voor het formuleren van doelen. Het gaat bij het formuleren van je doel om wat je wilt bereiken en om dit zo op te stellen dat je er goed aan kunt werken.

SMART
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdgebonden

Meer informatie: http://www.carrieretijger.nl/functioneren/management/leidinggeven/doelen-stellen/smart

RUMBA
Relevant; is de doelstelling relevant?
Understandable; is de doelstelling begrijpelijk?
Measurable; is vast te stellen of de doelstelling behaald wordt, liefst door een meting?
Behavioral; is de doelstelling beschreven in termen van gedrag?
Attainable; is de doelstelling haalbaar?

Meer informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/RUMBA

AMORE
Ambitieus
Motiverend
Onderscheidend
Relevant
Echt

Meer informatie: http://123management.nl/0/070_methode/a720_methode_06_doelen.html

MAGIE
Meetbaar
Acceptabel
Gecommuniceerd
Inspirerend
Engagerend

Meer informatie: http://www.dingerdiscustomercare.com/stel-je-doelen-vast-volgens-de-magie-formulering/

PRISMA
Positief
Relevant
Invloed
Specifiek
Meetbaar
Actiegericht

Meer informatie: https://strategischlui.nl/prisma-doelen-slimmer-dan-smart/

Persoonlijke doelen

Persoonlijke doelen: wat jij wilt leren en bereiken. Met een voorbeeld SMART uitgewerkt.

Een persoonlijke doel is wat jij wilt leren en bereiken.

Een persoonlijk doel stel je om je te ontwikkelen.
Vaak weet je wel wat je nog beter wilt kunnen maar je kunt ook een kernkwadrant maken om te kijken wat ontwikkelpunten/uitdagingen voor je zijn.

Voorbeeld:
Uit je kernkwadrant komt dat het een uitdaging voor je is om je meer te profileren.

voorbeeld kernkwadrant
kernkwadrant inlevingsvermogen

Je kunt hier het volgende persoonlijk doel van maken:
Ik wil mij meer profileren.
Dit doel is echter zo algemeen dat je hier moeilijk gericht aan kunt werken.
Het is daarom verstandig om er een SMART opgesteld werkdoel van te maken.

Een persoonlijk doel als SMART werkdoel formuleren

Stap 1: Waarom kies je dit doel
Je vindt het belangrijk om te werken aan het profileren want je wilt graag uiteindelijk (over 5 jaar) een leidinggevende functie in de kinderopvang (hoofddoel, lange termijn doel) en dan moet je wel beter laten zien wat je kan en waarvoor je staat. (subdoel)
Op dit moment ben je bezig met de opleiding voor gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang. Het past goed om tijdens deze opleiding en stage te gaan oefenen met je meer profileren.

Huidige situatie (nulmeting)
Je hebt er moete mee om voor je mening op te komen en bij discussies laat je andere het woord voeren. Je hebt snel het idee dat jouw mening er niet toe doet en dat je nog niet genoeg weet om je mening te geven.
Je wilt echter graag zeker zijn van je zelf en laten zien wat je kan. Je wilt je dus meer profileren en om hier gericht aan te gaan werk je dit in een werkdoel uit.

Stap 2: Geef specifiek aan wat je wilt bereiken
Ik kan duidelijk en beargumenteerd mijn mening naar voren brengen

Stap 3: Maak het doel meetbaar
Je geeft je mening dat is waar te nemen en dus meetbaar maar… je maakt het nog beter om aan te werken wanneer je aangeeft hoeveel keer je het wil hebben gedaan of wanneer je specifieke situaties noemt wanneer je je mening geeft.
Tijdens de lesdag communiceren met ouders en kinderen heb ik minstens in drie situaties mijn mening goed beargumenteerd gegeven.

Stap 4: Is het doel Acceptabel?
Het geven van mijn mening past in de opleiding en hierdoor profileer ik mij.
Het doel is dus acceptabel

Stap 5: Is het doel realiseerbaar?
Er moet in de door jou gestelde periode wel de mogelijkheid zijn om aan een discussie mee te doen, of de lesdag te volgen.
Zo niet dan moet je je doel aanpassen en een situatie aangeven waarin het wel mogelijk is om je mening naar voren te brengen.

Stap 6: Bepaal wanneer het doel bereikt moet zijn.
Kies een einddatum die te overzien is . Op die datum bekijk op of je voldoende hebt geoefend met het geven van je mening en het ook in volgende discussie zal gaan doen. Je kan ook besluiten om er een nieuw werkdoel van te maken omdat je vindt dat je toch nog erg onzeker bent met het geven van je mening.

Je kan met de letters van het woord SMART controleren of je doel werkbaar is geformuleerd.

Tijdens de lesdag communiceren met ouders en kinderen heb ik in minstens drie situaties mijn mening goed beargumenteerd gegeven.

Ja Specifiek bij discussies mening geven is  specifiek
Ja Meetbaar Het is waarneembaar en je noemt situaties waarin het waargenomen kan worden.
Ja Acceptabel Het geven van je mening past  in de opleiding  en bij deelnemen aan een lesdag
Ja Realiseerbaar Er is een lesdag waarin gevraagd wordt je mening naar voren te brengen. Je hebt voldoende tijd om je in het onderwerp te verdiepen zodat je ook echt een mening hebt over de onderwerpen die worden besproken tijdens de lesdag.
Ja Tijdgebonden Je benoemt een moment waarop je bekijkt of je het doel voldoende hebt bereikt.

Hoofddoel:
Ik heb over vijf jaar een leidinggevende functie in de kinderopvang
Subdoel:
Ik kan mij goed profileren (goed laten zien wat ik kan en waarvoor ik sta.
Werkdoel:
Tijdens de lesdag communiceren met ouders en kinderen heb ik in minstens drie situaties mijn mening goed beargumenteerd gegeven.

De formulering van doelen zijn persoon en situatie gebonden. Het persoonlijke doel uit het kernkwadrant zou door een andere student heel goed in andere werkdoelen uitgewerkt kunnen worden bijvoorbeeld:
Ik heb mij geprofileerd door uiterlijk op 1 december bij minimaal drie discussies mijn mening te hebben geven.
of
Ik heb mij geprofileerd door als afsluiting van de module ontwikkeling van kinderen mijn PowerPoint over de ontwikkelingsfase aan de klas te hebben gepresenteerd. En minimaal een 8 als cijfer voor deze presentatie te hebben behaald

Kernkwadranten

In 1992 is het kernkwadrantenmodel bedacht door Daniel D. Ofman

Kernkwaliteit
De basis van het kernkwadrant is je kernkwaliteit, een sterke positieve persoonlijke eigenschap. Met het kernkwadrant kun je een verband leggen tussen je kernkwaliteit en de valkuil, uitdaging en allergie die hierbij passen.

Het kernkwadrant bestaan uit vier kwadranten waarin sterke/positieve en zwakke/negatieve eigenschappen zijn ondergebracht.
De kwadranten met de kernkwaliteit en met de uitdaging bevatten positieve eigenschappen.
De kwadranten met de valkuil en allergie bevatten negatieve eigenschappen.

Valkuil
Wanneer je te ver gaat/doorschiet in je sterke kernkwaliteit dan wordt dit meestal niet prettig gevonden. Toch heb je snel de neiging om in je kwaliteit door te schieten dit is je valkuil. Je goede kwaliteit is dan een slechte kwaliteit geworden.
Aan een zwakke eigenschap kun je werken. Wanneer je de positief tegenovergestelde eigenschap neemt van je valkuil dan zit hierin een uitdaging. De uitdaging kun je zien als een ontwikkelpunt en kun je gebruiken om een persoonlijk doel van te maken.

Uitdaging
Met het kernkwadrant kun je vanuit je uitdaging (een positieve/sterke eigenschap) je allergie ontdekken. Wanneer je de doorgeschoten vorm van je uitdaging neemt dan kom je bij een zwakke eigenschap die je tegenstaat. Wanneer je iemand tegenkomt die deze eigenschap laat zien dat zal je het vaak lastig vinden om met die persoon om te gaan: het is je allergie.

Allergie
Vanuit je allergie kun je kijken of het kwadrant klopt want als je hiervan het positief tegenovergestelde neemt kom je weer uit bij je kernkwaliteit.
Je kunt dit ook doen voor je uitdaging neem je hier het negatief tegenovergestelde van dan kom je bij je valkuil.

Een kernkwadrant is vanuit ieder kwadrant op te bouwen. Je kunt dan soms kwaliteiten bij jezelf ontdekken waarvan je het bestaan niet besefte.
Het is soms makkelijke om aan te geven wat je irriteer in een ander of wat je zelf nog moet ontwikkelen dan om je kernkwaliteit te benoemen.

Persoonlijke doelen
Je kunt het kernkwadrant gebruiken om je ontwikkelpunten te ontdekken want bij iedere kernkwaliteit is ook een uitdaging te benoemen. Meestal kan je wanneer je een bepaalde kwaliteit hebt juist van de bijbehorende uitdaging meer gebruiken. Van deze ontwikkelpunten kun je persoonlijke doelen maken.

Op internet zijn lijsten met uitgewerkte kernkwadranten te vinden. Je kunt deze goed gebruiken als inspiratiebron maar wanneer je zelf de formuleringen opstelt dan sluit het kwadrant beter persoonlijk aan. Doordat je er dan ook goed over moet nadenken zal het inzicht in je kwaliteiten en uitdagingen ook meer voor je betekenen. De lijsten met kernkwadranten op internet zijn voorbeelden er zijn meer en andere kwadranten mogelijk dan worden aangegeven.

In het model van Daniel D. Hofman worden de kernkwadranten nog verder uitgewerkt en kunnen dan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld de samenwerking binnen organisaties te verbeteren.

Voorbeelden van kernkwadranten:
matrix-kernkwadrant-behulpzaam

matrix-kernkwadrant-inlevingsvermogen

Doelen SMART formuleren

Invulformulier voor het SMART formuleren van je doel.

De vijf letters van het woord SMART helpen je bij het duidelijk formuleren van je doel.
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdgebonden

Je kunt deze instructie ook downloaden zodat je hem kunt invullen. : doelen smart formuleren

Stap 1: Voorbereiden

Ga niet zomaar een doel formuleren maar denk na over het nut van het doel, waarom stel je het doel en wat wil je ermee bereiken. De w-vragen kun je hiervoor gebruiken. Bepaal of het een hoofddoel is en misschien opgedeeld moet worden in subdoelen en werkdoelen.
Geef aan waarom je het doel stelt en of het onderdeel uitmaakt van een hoofddoel of subdoel.

Stap 2: Specifiek

Geef specifiek aan wat je wilt bereiken, wat streef je na. Geef dit duidelijk en concreet aan gebruik geen ER-woorden.

Stap 3: Meetbaar

Er moet een manier zijn om te bepalen in welke mate het doel op een bepaald moment bereikt is. Wat is er af als het doel is bereikt? Een SMART-doel moet je kunnen waarnemen.
Doe zo mogelijk een nulmeting, om de startsituatie te bepalen. Bekijk wat je al wel en wat nog niet kan. En wat je dus wilt kunnen wanneer je het doel hebt bereikt.
Geef het meetbare onderdeel van je doel aan en hoe je dit bepaalt.

 Stap 4: Acceptabel

Als je een SMART-doel voor jezelf stelt, dan is het voldoende dat je het zelf accepteert. Maar wanneer er anderen bij het doel betrokken zijn, dan is het belangrijk dat er draagvlak voor het doel is. Voor je stage bijvoorbeeld dat je praktijkopleider het doel ook nuttig vindt. Voor begeleidingsdoelen zullen de cliënt en de begeleider beiden achter het te behalen doel moeten staan.
Het doel moet acceptabel zijn voor alle betrokken partijen
Geef aan welke partijen erbij het doel betrokken zijn en waarom deze accepteren dat er aan het doel wordt gewerkt.

Stap 5: Realistisch

Is het doel haalbaar? Is de inspanning die nodig is om het doel te halen aanvaardbaar?
Een te makkelijk doel is niet interessant, omdat je dan te weinig leert en je dus weinig gemotiveerd zal zijn om eraan te werken. Het beste is een doel te stellen dat net boven je niveau ligt en waar je trots op bent als je het hebt gehaald.
Een realistische doelstelling moet rekening houden met de praktijk. Je zal in je stage niet alleen aan je doel kunnen werken er zullen ook andere zaken om je aandacht vragen Hier moet je dus ook rekening mee houden met het formuleren van een doel.
Moeilijk bereikbare doelstellingen kun je opsplitsen in kleinere haalbare subdoelstellingen. De tussentijdse resultaten steunen je om door te gaan.
Geef aan waarom het doel realistisch is.

Stap 6: Tijdgebonden:

Een SMART-doelstelling heeft een duidelijke startdatum en einddatum.
Geef aan wanneer je het doel behaald moet hebben.

Stap 7: Formuleren van de doelstelling

Formuleert je doel nu zo volledig mogelijk en zorg ervoor dat alle onderdelen van de SMART-formule uit je geformuleerde doel zijn te halen.
Omschrijf je doel duidelijk en concreet. Het moet een waarneembare actie, gedrag of resultaat beschrijven waaraan een getal, bedrag, percentage of ander meetbaar gegeven is opgenomen.

Je zult zeker wanneer je een opleiding volgt meerdere doelstellingen hebben.
Je lange termijn doelen kun je om er gericht aan te werken opsplitsen in verschillende subdoelen en werkdoelen.

Voor ieder doel kun je het stappenplan gebruiken bij het formuleren.
Heb je meerdere doelstellingen dan is het zinnig om voor het werken aan de doelstellingen een actieplan op te stellen.

Doelen stellen

Een doel is iets dat je wilt bereiken, je noemt dat een doelstelling.
Het formuleren van doelen is een belangrijk hulpmiddel om te kunnen zien of je vooruit gaat of dat er iets wordt bereikt.

Een doel is iets dat je wilt bereiken, je kunt dat ook een doelstelling noemen.
Het benoemen van doelen is nuttig om te kunnen zien of je vooruit gaat of dat er iets wordt bereikt.

Tijdens je opleiding, je stage, je werk maar ook privé kan je door het formuleren van doelen gerichter aan iets werken waardoor je eerder en misschien ook wel meer resultaten behaald.

“Doelen stellen” verder lezen

Herziening MBO

Het MBO staat voor een ingrijpende onderwijsvernieuwing. Vanaf augustus 2016 moet er gewerkt worden met de eisen die in de herziene kwalificatiedossiers staan.

Het MBO staat voor een ingrijpende onderwijsvernieuwing. Vanaf augustus 2016 moet er gewerkt worden met de eisen die in de herziene kwalificatiedossiers staan.
Vanwege de term “herziene” verwacht je een kleine aanpassing van de nu bestaande kwalificatiedossiers. Dat is echter een misvatting want de opzet is ingrijpend anders. Daarnaast staan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk niet stil en moet het onderwijs daar ook op blijven aansluiten. De ontwikkelingen vanuit het werkveld zijn dan ook verwerkt in de nieuwe dossiers.
In dit artikel beschrijf ik de opzet van de nieuwe dossiers en de verschillen met de huidige dossiers. “Herziening MBO” verder lezen

Sociale kaart

Een sociale kaart brengt instanties in een bepaald gebied in beeld

Een sociale kaart brengt instanties in een bepaald gebied in beeld. De sociale kaart geeft een handig overzicht dat vooral nuttig is bij het verwijzen of contact opnemen over een bepaalde (hulp)vraag.
Er is geen vaste indeling of opzet voor een sociale kaart maar onderstaande tabel bevat een aardige opzet. Een sociale kaart moet verder makkelijk door ook andere personen te raadplegen zijn.
De sociale kaart moet regelmatig worden bijgewerkt om alle gegevens actueel te houden.

Onderwerp/hulpvraag
Naam instantie/aanbieder
Contactpersonen
Bereikbaarheid-openingstijden
Contact gegevens:·       Adres

·       Telefoon

·       Email

Bijzonderheden
Laatst bijgewerkt datum

Opdrachten casus Maria

  1. Vul op de website bij casus Maria in welke keuze jij zou maken. Verschilt jouw keuze met de ingevulde keuzes op de website? Maak een korte notitie (100-200 woorden) waarin je verklaart hoe het komt dat jou keuze overeen komt of juist niet? Vergeet niet ook je keuze en de resultaten op de website in je notitie te verwerken. (individueel)
  2.  Maak een Word Cloud over het werk van een woonconsulent. (individueel)
  3. Maak de opzet voor een elevator pitch waarin je het werk van een woonconsulent aanprijst. Je mag hierbij gebruik maken van je Word Cloud.(individueel)
  4.  Ga met een medeleerling (tweetal) bij elkaar zitten. Presenteer aan elkaar de elevator pitch over het werk van een woonconsulent. Nadat jullie beiden aan elkaar de uitleg hebben gegeven kiezen jullie drie belangrijke beroepshoudingen voor een woonconsulent. Schrijf deze op voor de volgende opdracht. (tweetal)
  5.  Maak met de hele groep een grote wanddecoratie met al jullie uitgeprinte Word Clouds.Laat de beroepshouding van de woonconsulent goed naar voren komen.
  6. Maak een uitleg over de huurtoeslag van maximaal 1 A4 voor meneer de Haas. Hierin moeten duidelijk de voorwaarden en actuele bedragen voor het verkrijgen van huurtoeslag zijn opgenomen. Gebruik de informatie van de website van de overheid http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huurtoeslag
  7. Vorm een drietal. Speel de casus als rollenspel na. De derde persoon observeert welke beroepshoudingsaspecten tijdens het rollenspel naar voren komen en schrijft deze op. Jullie spelen het rollenspel drie keer waarbij er steeds van rol wordt gewisseld.
  8.  Vorm een drietal.
    Bespreek met elkaar voor welke problemen meneer de Haas ondersteuning zou kunnen gebruiken en kies er drie uit.
    Neem alle drie een van die problemen. Kies met elkaar een plaats/stad uit die jullie gebruiken voor deze opdracht.
    Maak ieder individueel een lijst met instanties uit de door jullie gekozen plaats die kunnen worden ingeschakeld bij dat probleem.
    Voeg jullie drie lijsten samen en maak hier een sociale kaart van die door Maria gebruik zou kunnen worden.
  9.  Beargumenteer welke aanpak jij zou kiezen bij de casus Maria. Je kunt hiervoor de 10 stappen voor het maken van een juiste keuze gebruiken (individueel)

Websites te gebruiken bij de opdrachten voor de casus Maria.
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huurtoeslag
http://www.abcya.com/word_clouds.htm
http://www.wordle.net/

word cloud

• Een Word cloud- woordenwolk is een groep van woorden die op een aantrekkelijke manier worden weergegeven. De woorden kunnen zelf worden geselecteerd maar ook stukken tekst kunnen worden gebruikt om een Word cloud te maken

Een Word Cloud- woordenwolk is een groep van woorden die op een aantrekkelijke manier worden weergegeven. De woorden kunnen zelf worden geselecteerd maar ook stukken tekst kunnen worden gebruikt om een Word Cloud te maken. Er zijn veel programma’s om een Word Cloud te maken, sommige hebben functies waarbij je ook op de woorden kunt klikken om nog meer informatie te krijgen. Op Youtube zijn diverse instructievideo’s te vinden meestal Engelstalig over hoe je een Word Cloud kunt maken. Een eenvoudige programma om een Word Cloud te maken is: http://www.abcya.com/word_clouds.htm

word cloud
word cloud

Opdrachten casus Diane-2

Opdrachten gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang:

  1. Beargumenteer welke aanpak  jij zou kiezen. Je kunt hiervoor het hulpmiddel de  10 stappen voor een keuze  maken gebruiken.
  2. Discussieer in de groep over de stelling: “Zwarte Piet is nu eenmaal zwart dat is gewoon traditie en aan tradities moet je niet komen”. Kijk voor of na jullie discussie een van de video’s over de discussie.(zie video’s)
  3. Maak een  paragraaf voor in het pedagogisch beleidsplan van een kinderopvanginstelling over de viering van Sinterklaas.
  4. Ontwerp een  Pieten Pop nieuwe stijl voor in een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal.
  5. Schrijf een  uitleg voor de ouders over het standpunt van het kinderdagverblijf (jouw gekozen aanpak) over de viering van Sinterklaas. Verwerk hierin informatie over de ontwikkelingsfase peuter en het “magisch denken” van de peuter.
  6. Maak een samenvatting over de geschiedenis van de Sinterklaasviering in Nederland. Verwerk hierin de ontwikkelingen rond de “Roetpiet”. Gebruik hiervoor verschillende artikelen over dit onderwerp. (zie artikelen)

Artikelen om bij de casus te gebruiken:

Video’s te gebruiken bij de discussie over Zwarte Piet.

Opdrachten Casus Diane

Gebruik deze link voor de Opdrachten voor gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang

Opdrachten niveau 3:

  1. Beargumenteer welke aanpak  jij zou kiezen. Je kunt hiervoor de 1o stappen voor het maken van een juiste keuze gebruiken.
  2. Discussieer in de groep over de stelling: “Zwarte Piet is nu eenmaal zwart dat is gewoon traditie en aan tradities moet je niet komen”. Kijk voor of na jullie discussie een van de video’s over de discussie.(zie video’s)
  3. Bedenk een leuke sinterklaas activiteit voor de peuters in een kinderdagverblijf. Je houdt hierbij goed rekening met de ontwikkelingsfase (magisch denken) van de peuters.
  4. Maak een Piet nieuwe stijl voor in een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal.
  5. Schrijf een  uitleg voor de ouders over het standpunt van het kinderdagverblijf (jouw gekozen aanpak) over de viering van Sinterklaas.
  6. Bekijk het werkproces 2.4: Biedt het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aan: Kwalificatiedossier Pedagogisch medewerker 3 kinderopvang Onderstreep  in de tekst met welke onderdelen uit dit werkproces je als pedagogisch medewerker te maken hebt gekregen bij het uitvoeren van de opdrachten bij deze casus.

Artikelen om bij de casus te gebruiken:

Video’s te gebruiken bij de discussie over Zwarte Piet.