Casus zorghulp Tina

Hoe kan een zorghulp in een verpleeghuis handelen wanneer een cliënt overstuur raakt tijdens het wassen op een douchebrancard.

Tina werkt als zorghulp in verpleeghuis Jaffa. Ze doet dit werk nu al weer drie jaar. Ze is in het verpleeghuis blijven werken nadat ze daar haar stage voor de opleiding medewerker maatschappelijke zorg heeft gedaan. Tina werkt op de afdeling langdurige zorg. Veel van de cliënten op de afdeling van Tina zijn volledig afhankelijk van de zorg die hun wordt geboden. Tina is vanochtend bezig met de persoonlijke verzorging van een cliënt. Mevrouw de Beers is pas opgenomen. Zij heeft een beroerte (CVA) gehad en moet op de douchebrancard worden gewassen.

douchebrancard
douchen cliënt in zorgcentrum

Mevrouw de Beers kan door haar beroerte niet meer praten en haar wensen duidelijk maken.

Wanneer Tina samen met de stagiaire mevrouw de Beers op de brancard heeft geplaatst en met het wassen is begonnen begint mevrouw heel hard te krijsen. Het is Tina wel duidelijk dat mevrouw het niet prettig vindt dat zij wordt gewassen. Tina ziet echter ook dat er al behoorlijk wat vuil is vastgekoekt. In het haar van mevrouw zitten ook al wat vieze slierten waarin duidelijk resten van eten hebben gezeten. Tina twijfelt wat ze zal doen. Ze weet dat haar collega de vorige keer ook het probleem had. Deze heeft het wassen toen maar zonder te douchen gedaan.

De stagiaire van Tina kijkt ook erg verschrikt bij het doordringende gekrijs van mevrouw de Beers. Een collega komt ook al binnen om te kijken of er soms problemen zijn.
Iedereen is nog geschrokken van het bericht in de krant dat er pas in een ander verpleeghuis een cliënt ernstig is verbrand tijden het douchen.

Wat zou jij doen in deze situatie?
340 votes
KEUZE!

Kwalificaties MBO 2016

Kwalificatiedossier Maatschappelijke Zorg

B1-K1-W2: Ondersteunt de cliënt bij de persoonlijke verzorging

Werkproces
B1-K1-W2: Ondersteunt de cliënt bij de persoonlijke verzorging
Omschrijving
De beroepskracht maatschappelijke zorg ondersteunt de cliënt bij het realiseren van doelen ten aanzien van de persoonlijke lichamelijke verzorging, toiletgang, mobiliteit en het slaap/waakritme. Ze zorgt er voor dat de cliënt zo veel mogelijk zelf de regie kan voeren en naastbetrokkenen zo veel mogelijk zelf kunnen doen en vult waar nodig aan. Ze sluit hierbij aan bij de eigen kracht, mogelijkheden en beleving van de cliënt en naastbetrokkenen. Ze ondersteunt het optimaal lichamelijk en geestelijk welbevinden van de cliënt door gebruik te maken van aangepaste materialen en ruimten. Ze werkt aan het onderling vertrouwen en biedt de cliënt de mogelijkheid om persoonlijke en/of intieme vraagstukken te bespreken. Ze toont voorbeeldgedrag en biedt de cliënt mogelijkheden om vaardigheden te leren. Ze is er alert op dat gedrag veroorzaakt kan worden door fysieke problemen of ongemakken. Zij observeert en signaleert veranderingen in gedrag en gezondheid, beredeneert vervolgens welke volgende stappen genomen moeten worden en onderneemt de benodigde stappen. Ze rapporteert bijzonderheden.
Resultaat
De cliënt en naastbetrokkenen zijn respectvol benaderd en hebben passende ondersteuning ontvangen bij de persoonlijke verzorging.
Gedrag
De beroepskracht maatschappelijke zorg:
  • creëert adequaat mogelijkheden voor de cliënt om zich op het gebied van persoonlijke verzorging te ontwikkelen en doelen te bereiken;
  • toont begrip voor de mening en gevoelens van de cliënt ten aanzien van zijn uiterlijk en persoonlijke hygiëne;
  • gaat tijdens de persoonlijke verzorging discreet om met de privacy van de cliënt;
  • voert de benodigde handelingen snel en accuraat uit volgens ergonomische voorschriften.
Competenties
De onderliggende competenties zijn: Begeleiden, Aandacht en begrip tonen, Ethisch en integer handelen, Vakdeskundigheid toepassen
Kwalificatiedossier Maatschappelijke Zorg

B1-K1-W5: Reageert op onvoorziene en crisissituaties

Werkproces
B1-K1-W5: Reageert op onvoorziene en crisissituaties
Omschrijving
De beroepskracht maatschappelijke zorg signaleert en onderneemt actie bij onvoorziene- en crisissituaties die het gevolg zijn van gedragsproblemen van psychosociale of psychiatrische aard, problemen van somatische aard, grensoverschrijdend gedrag of veroorzaakt worden door calamiteiten. Ze voert eerst preventieve acties uit die gericht zijn op het voorkomen van een crisissituatie en verdere escalatie. Ze schat het gevaar voor de cliënt, zichzelf en anderen in. Ze grijpt in en past in uitzonderlijke situaties middelen en maatregelen toe volgens afspraken in het plan van aanpak, de richtlijnen van de organisatie en wetgeving. Ze roept de hulp in van collega’s of deskundige(n) van andere disciplines. Ze houdt de veiligheid van de cliënt, de groep, collega’s en zichzelf in de gaten. Tijdens een crisissituatie blijft ze in contact met de cliënt. Ze zorgt ervoor dat de cliënt weet waar hij aan toe is en wat er gaat gebeuren. Achteraf evalueert de beroepskracht maatschappelijke zorg de onvoorziene- en/of crisissituatie met cliënt(en) en collega's, en maakt zo nodig afspraken om herhaling te voorkomen.
Resultaat
Onvoorziene- en crisissituaties zijn waar mogelijk voorkomen. Tijdens een onvoorziene en/of crisissituatie is er op professionele wijze gehandeld. Vrijheidsbeperkende middelen zijn zo weinig mogelijk ingezet.
Gedrag
De beroepskracht maatschappelijke zorg:
  • hanteert consequent haar eigen grenzen en gevoelens tijdens en na een crisissituatie;
  • geeft tijdig haar grenzen aan bij onredelijke reacties en/of ongewenst gedrag van de cliënt;
  • let goed op de (non-)verbale signalen van de cliënt(en);
  • observeert de cliënt systematisch als er signalen zijn van dreigende agressie;
  • signaleert tijdig of er sprake is van gevaar voor de cliënt, de groep, collega's en/of zichzelf;
  • communiceert, ook in onduidelijke of stressvolle situaties, helder en eenduidig met anderen;
  • handelt in onvoorziene
  • en crisissituaties snel en adequaat volgens de voorgeschreven procedures, wettelijke richtlijnen en afspraken van de organisatie;
  • past op een respectvolle en duidelijke manier de uitgangspunten toe die horen bij het terugdringen van dwang en drang;
  • bespreekt achteraf op een constructieve manier met de cliënt, collega's en andere betrokkenen de crisissituatie.
Competenties
De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Instructies en procedures opvolgen, Met druk en tegenslag omgaan, Aandacht en begrip tonen, Begeleiden