Casus Ivan

Moet een Pedagogisch medewerker in de BSO wel of geen activiteitenprogramma vaststellen? De kinderen willen lekker nietsdoen maar de ouders willen juist dat er veel activiteiten plaatsvinden.

Ivan, pedagogisch medewerker van BSO de Piraat is bezig het nieuwe activiteitenprogramma op te stellen voor de komende maand. Hij heeft vanmiddag met de kinderen van de oudste groep een kinderpanel om samen met hun activiteiten uit te kiezen. Hij heeft veel werk van de voorbereidingen gemaakt want de ouders en de locatieleiding vinden dat er te weinig met de oudste groep wordt ondernomen. De kinderen uit de groep van 8-12 jaar vinden de activiteiten die worden aangeboden kinderachtig. Ze hangen liever met hun groepje op de bank en kijken naar de TV.

Ivan heeft een tafel met kaartjes waarop allemaal leuke, spannende en leerzame activiteiten staan. Hij vindt namelijk zelf ook dat er wel wat meer mag worden gedaan met de groep van 8 tot 12 jaar. Het pedagogisch beleid van de Piraat is er immers op gericht de kinderen uitdagende en ontwikkelingsgerichte activiteiten te bieden.

casus pedagogisch medewerker Ivan
hangplek

De kinderen van de panelgroep mogen allemaal drie kaartjes met activiteiten kiezen. Daarna gaan ze met elkaar hier een programma voor de komende maand van maken. Het loopt echter niet zoals Ivan had verwacht, de kinderen vinden het maar “stomme” activiteiten.

Natuurlijk vraagt Ivan hen daarop om zelf met een aantal voorstellen te komen. De kinderen zuchten en zeggen dat ze al zoveel moeten doen; ze willen juist op de opvang lekker even niets kunnen doen. Er is niet met de kinderen te praten over het activiteitenprogramma. Ze zijn boos dat er niet naar hun wordt geluisterd als ze zeggen dat ze geen activiteiten willen.

Wat zou jij doen in deze situatie?
88 votes
KEUZE!

Kwalificaties MBO 2016
Kwalificatiedossier Pedagogisch medewerker kinderopvang

P1-K1-W2: Stelt een activiteitenprogramma op

Werkproces
P1-K1-W2: Stelt een activiteitenprogramma op
Omschrijving
De pedagogisch medewerker kinderopvang stelt zich op de hoogte van het ontwikkelingsniveau wensen en interesses van de kinderen waar het activiteitenprogramma bij moet aansluiten. Indien mogelijk betrekt zij de kinderen bij het bedenken van activiteiten door hen input te laten leveren. Zij zoekt uit welke mogelijkheden voor activiteiten er zijn en stelt zich op de hoogte van randvoorwaarden binnen de organisatie en de groep. Ze selecteert activiteiten en stemt deze op elkaar af en stelt een activiteitenprogramma op.
Resultaat
Een activiteitenprogramma dat aansluit bij de wensen en ontwikkeling(sbehoeften) van de kinderen en dat uitvoerbaar is binnen de organisatie en de groep.
Gedrag
De pedagogisch medewerker kinderopvang:
  • stimuleert effectief kinderen tot het leveren van input voor het activiteitenprogramma;
  • toont sociale en interculturele sensititviteit;
  • past interactievaardigheden effectief toe: sensitieve responsiviteit en ontwikkelingsstimulering;
  • maakt een juiste selectie van activiteiten die voldoen aan de gestelde criteria en de randvoorwaarden.
Competenties
De onderliggende competenties zijn: Plannen en organiseren, Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid toepassen

Kwalificatiedossier Gespecialiseerd pedagogisch medewerker

P2-K1-W2: Stelt een (gespecialiseerd) activiteitenprogramma op

Werkproces
P2-K1-W2: Stelt een (gespecialiseerd) activiteitenprogramma op
Omschrijving
De gespecialiseerd pedagogisch medewerker stelt zich op de hoogte van de specifieke ontwikkelingsproblemen van een kind. Ze inventariseert welke activiteiten passend zijn voor de gegeven problematiek. Ze betrekt kind/kinderen bij de inventarisatie door hen input te laten leveren en helpt hen bij het verwoorden van hun wensen. Zij zoekt uit welke mogelijkheden voor activiteiten er zijn en stelt zich op de hoogte van randvoorwaarden binnen de organisatie en de groep. Vervolgens selecteert ze geschikte activiteiten - zo mogelijk in overleg met kind/kinderen - en programmeert deze in de tijd.
Resultaat
Een activiteitenprogramma dat aansluit bij de wensen en mogelijk specifieke ontwikkeling(sbehoeften) van de kinderen en dat uitvoerbaar is binnen de organisatie en de groep.
Gedrag
De gespecialiseerd pedagogisch medewerker:
  • past interactievaardigheden effectief toe: sociale responsiteit, ontwikkelingsstimulering;
  • stimuleert het kind/de kinderen effectief tot het leveren van input voor het activiteitenprogramma;
  • schakelt waar mogelijk haar netwerk in;
  • maakt een juiste selectie van activiteiten gericht op de gestelde criteria en de geldende randvoorwaarden;
  • maakt een aantrekkelijke en logische planning van activiteiten.
Competenties
De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Plannen en organiseren, Vakdeskundigheid toepassen, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant" richten