Casus Aniela

Moet een pedagogisch medewerker bij een kennismakingsgesprek rekening houden met het vooroordeel van een ouder bij het plaatsen van een kind in een groep?

Aniela is pedagogisch medewerker bij kinderdagverblijf Doornroosje. Een van haar taken is om de kennismakingsgesprekken met de ouders te voeren wanneer een kind binnenkort op het kinderdagverblijf start. In het kennismakingsgesprek worden alle praktische zaken met de ouders besproken en natuurlijk kunnen de ouders ook hun wensen aangeven. Vandaag is Aniela in gesprek met de moeder van baby Amee die vanaf volgende week voor drie dagen op het kinderdagverblijf komt.

gevelbord kinderdagverblijf
Casus Aniela

Natuurlijk geeft Aniela de moeder een rondleiding en ze laat zien in welke groep Amee komt. Wanneer ze hierna de laatste zaken met de moeder doorneemt, geeft de moeder aan dat ze wil dat Amee in de andere groep start. Wanneer Aniela vraagt waarom de moeder dit wenst geeft deze aan dat ze vindt dat er te veel “buitenlandse” kinderen in de groep zitten. Ze vindt dat slecht voor de taalontwikkeling van Amee. Wanneer Amee niet in de andere groep terecht kan dan gaat ze naar een ander kinderdagverblijf.

Wat zou jij doen in deze situatie?
254 votes
KEUZE!

Kwalificaties MBO 2016
Kwalificatiedossier Pedagogisch medewerker kinderopvang

P1-K1-W1: Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind

Werkproces
P1-K1-W1: Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind
Omschrijving
De pedagogisch medewerker kinderopvang voert een kennismakingsgesprek met het kind en de ouders/vervangende opvoeders, om de situatie, wensen en verwachtingen in kaart te brengen. Niet reële verwachtingen stuurt ze bij door het verstrekken van informatie over het kindercentrum/de organisatie. Bij het komen en gaan van de kinderen wisselt ze dagelijkse informatie uit met de ouders/vervangende opvoeders. Ze informeert hen over de (dagelijkse) gang van zaken in de opvang. Ze bespreekt met regelmaat met het kind en de ouders/vervangende opvoeders het welbevinden en de ontwikkeling van het kind. Op deze momenten en/of op afspraak deelt zij kennis, ervaring en inzichten met betrekking tot de opvoeding van het kind met de ouders/vervangende opvoeders en indien van toepassing ook met het kind. In voorkomende situaties geeft zij de ouders/vervangende opvoeders advies bij opvoedingsvraagstukken.
Resultaat
De pedagogisch medewerker kinderopvang heeft op een juiste wijze gesprekken gevoerd met de ouders/vervangende opvoeders en het kind en heeft daarbij relevante informatie uitgewisseld.
Gedrag
De pedagogisch medewerker kinderopvang:
  • inventariseert doelgericht de wensen en verwachtingen van de ouders/vervangende opvoeders;
  • snijdt 'moeilijke' en vertrouwelijke zaken tactvol aan;
  • past interactievaardigheden op effectieve wijze toe: sociale responsiviteit, praten en uitleggen;
  • zorgt in (advies)gesprekken over ontwikkelingsbevordering en over specifieke problematiek m.b.t. het kind voor een adequate informatieoverdracht: past het woordgebruik aan de ouders/vervangende opvoeders aan, drukt gevoelens genuanceerd uit, varieert in woordgebruik, is adequaat in woordkeuze en geeft een duidelijke structuur aan het gesprek.
Competenties
De onderliggende competenties zijn: Op de behoeften en verwachtingen van de "klant" richten, Aandacht en begrip tonen, Vakdeskundigheid toepassen

Kwalificatiedossier Gespecialiseerd pedagogisch medewerker

P2-K1-W1: Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind

Werkproces
P2-K1-W1: Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind
Omschrijving
De gespecialiseerd pedagogisch medewerker voert een kennismakingsgesprek met het kind en de ouders/vervangende opvoeders, om de situatie, wensen en verwachtingen in kaart te brengen. Niet reële verwachtingen stuurt ze bij door het verstrekken van informatie over het kindercentrum/de organisatie. Bij het komen en gaan van de kinderen wisselt ze dagelijkse informatie uit met de ouders/vervangende opvoeders. Ze informeert hen over de (dagelijkse) gang van zaken. Ze bespreekt met regelmaat met het kind en de ouders/vervangende opvoeders het welbevinden en de ontwikkeling van het kind en de eventuele taal- of ontwikkelingsachterstand, gedragsproblematiek of opvoedproblematiek. Op deze momenten en/of op afspraak deelt zij met de ouders/vervangende opvoeders en indien van toepassing ook het kind, kennis, ervaring en inzichten met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van het kind. In voorkomende gevallen gaat ze na wat de mogelijke oorzaken zijn van afwijkingen in de ontwikkeling of het gedrag. Zo nodig geeft zij bij de dagelijkse informatie-uitwisseling en in oudergesprekken specifiek advies bij opvoedingsvraagstukken.
Resultaat
De gespecialiseerd pedagogisch medewerker heeft op een juiste wijze gesprekken gevoerd met de ouders/vervangende opvoeders en het kind en heeft daarbij relevante informatie uitgewisseld en toegesneden advies gegeven.
Gedrag
De gespecialiseerd pedagogisch medewerker:
  • gebruikt verschillende bronnen en methoden om relevante informatie te verzamelen;
  • maakt bij een taalprobleem gebruik van non-verbale communicatie en visuele communicatiemiddelen, passend bij de communicatiestijl van de gesprekspartner(s);
  • snijdt 'moeilijke' en vertrouwelijke zaken tactvol aan;
  • geeft heldere en relevante informatie;
  • stelt open, reflecterende vragen;
  • past interactievaardigheden op effectieve wijze toe: sociale responsiviteit, praten en uitleggen.
Competenties
De onderliggende competenties zijn: Onderzoeken, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant" richten, Aandacht en begrip tonen, Vakdeskundigheid toepassen